Op deze bladzijde vindt u informatie over de geschiedenis van het kerkgebouw van de Bethlehemkerk, vanaf het ontwerp door de architect tot de huidige status.
Ontwerp
De Nederlandsche Bond van Architecten droeg drie architecten voor het maken van een ontwerp voor de "tiende kerk" voor.
Deze architecten waren dhr. G. van Hoogevest uit Amersfoort, W.Ch. Kuiper uit Scheveningen, en J.C.Meischke uit Rotterdam. Alle drie waren lid van de Nederlandse hervormde kerk. Zij kregen het verzoek een ontwerp te maken voor een kerk met 1.200 zitplaatsen, bijgebouwen en een kosterswoning. De commissie tot stichting van de "Tiende kerk" koos voor het ontwerp van Meischke/Schmidt.
Aanbesteding en bouw
De opdracht werd op 30 april 1929 gegund aan de aannemer W. Koorevaar uit Alblasserdam voor ƒ 218.000,-. Met extra kosten voor de aankoop van grond, honorarium van de architecten en de inrichting kwamen de totale kosten op ƒ 350.000,-. De fondsen werden bijeengebracht door acties,
giften (o.a. van koningin-moeder Emma, H.M. koningin Wilhelmina en H.K.H. prinses Juliana), een bazar, en een uitgeschreven obligatielening.
De eerste steen werd gelegd op 26 oktober 1929.
In het voorjaar van 1930 werd geconstateerd dat de bouw slecht vorderde; in de
zomer moest geconstateerd worden dat de opleverdatum niet gehaald zal worden. In
september verkeert de firma Koorevaar in financiële problemen. De heer Koorevaar
is ook ernstig ziek en zal moeten worden geopereerd. Begin 1931 draagt Koorevaar
de bouw over aan een collega-aannemer. Gedurende het voorjaar vordert de bouw
gestaag. Op 22 juli 1931 vind de eerste dienst in de nieuwe kerk plaats.
Naamgeving
In 1858 wordt in de Breedstraat de
zogenaamde armenkerk gebouwd voor minder draagkrachtigen die geen plaatsbewijs kunnen
betalen. Deze kerk wordt op 2e kerstdag van dat jaar ingewijd als Bethlehemskerk.
Dit gebouw is ook lang als kinderkerk in gebruik. In 1928 wordt deze kerk
verkocht. Rond 1930 wordt deze kerk door de Gereformeerde Gemeente gekocht. De
nieuwe "tiende kerk" wordt als herinnering hieraan Bethlehemkerk
genoemd.
Koster
De eerste koster was dhr. H. Japin, die samen met zijn echtgenote 27 jaar voor de kerk zorgde. In 1956 vierde hij zijn 25-jarig jubileum, in 1958 ging hij op 70-jarige leeftijd met pensioen.
Van 1973 t/m 1979 was Elst Verhulst en haar man koster. Hierna zijn Jaap de Koning en zijn vrouw Lies koster geworden.
(Wie informatie heeft over de tussenliggende periode: graag ontvangen wij deze!)
Tot 2000 was mevrouw M. van Duijvenvoorde koster. Van 2000 - 2002 was dit mevrouw De Wilde. Haar rol is in 2002 overgenomen door dhr. Quist.
Organisten
1930 - 1947 A. Schellevis
1947 - 1957 Gerrit Jan van Leeuwen
1957 - 1960 Willem Willemstijn
1960 - 1965 Jan van Weelden
1965 - 1978 Henk van Mourik
1978 - 1980 Aries Smit
1980 - 1995 Hans Raaphorst en Simon de Zee (details
niet bekend bij redactie)
1995 - heden Aarnoud de Groen.
Predikanten
1929 - 1951 ds. A.K. Straatsma
1952 - 1976 ds. A.P. van der Haas
1977 - 1995 ds. E.J.C. Hamminga
1995 - 2010 dr. P.J. Visser.
In de periode van ds. v.d. Meijden vond een herindeling van de wijken van Hervormd Den Haag plaats. De Marcuskerkgemeente sprak haar voorkeur uit voor een kerkgebouw in het centrum. De centrale kerkenraad bood onze gemeente daarom een kerkgebouw in het centrum te huur aan. Omdat de gemeente daarbij niet zelf controle had over de andere activiteiten die in het gebouw plaatsvonden,
leek dit de kerkenraad geen goede oplossing. Hierop bood de centrale kerkenraad de gemeente het gebouw van de Bethlehemkerk aan, waar de gemeente op 10 september 1995 introk.
Met het verhuizen naar de Bethlehemkerk werd Aarnoud de Groen organist.
In deze periode dien(d)en twee predikanten in de gemeente en het kerkgebouw:
1995 - 1997 ds. J. van der Meiden.
1998 - 2010 dr. P.J. Visser
Op 1 januari 2002 kreeg de gemeente, vanaf de verhuizing naar de Marcuskerk een commissie van bijstand van de centrale kerkenraad, de status van een buitengewone wijkgemeente.
|