Een arrestatie (overdenking ons kerkblad jan 2015)

De overste gaf bevel hem met twee ketenen te boeien Handelingen 21:33

Paulus gearresteerd! In de stad, waar hij jaren geleden zoveel christenen heeft gebonden en bij de gevangenis afgeleverd, wordt hij nu zelf gebonden. Als een misdadiger, beschuldigd de tempel ontheiligd te hebben, wordt hij naar buiten gesleurd. ‘Weg van de aarde met zo iemand, want hij behoort niet te blijven leven’ (Hand. 22:22).
Dat is ongetwijfeld een bittere ervaring voor hem geweest. Hij, die op zulk een bijzondere wijze geroepen is om als afgezant van Christus, Zijn naam uit te dragen, verstoten door de inwoners van Jeruzalem. Gebonden met twee ketenen, maar… het Woord van God is niet gebonden. God heeft ook hierin Zijn ondoorgrondelijke bedoelingen. Wat wij daar over kunnen opmerken is, dat God uit het verlies van Paulus vrijheid, winst maakt voor de voortgang van het evangelie. Zijn arrestatie brengt hem in Cesarea en in Rome in kringen, waar hij als vrij man geen toegang zou vinden. Nu getuigt hij voor stadhouders en koningen van zijn Heiland. En wat een nalatenschap van onschatbare waarde heeft de kerk gekregen door zijn brieven in gevangenschap geschreven. Zo predikt hij, als gevangene, het Evangelie van bevrijding uit de banden van de dood. En zo wil de Heere Paulus gebruiken Zijn getuige te zijn.

Eeuwen zijn voorbij gegaan. Eeuwen, waarin ontelbare machten gepoogd hebben het werk van God te breken. Gods werk is onverbrekelijk. Ook vandaag nog prediken gevangenen het evangelie van bevrijding uit de banden van de dood. Ze kunnen niet anders. Dikwijls vals beschuldigd gearresteerd, verdragen zij alles voor de waarheid door Christus, Die hun krachten geeft. Mannen en vrouwen, jongens en meisjes in gevangenissen en kampen als de grootste misdadigers, omdat ze de Heere Jezus hebben lief gekregen. Wat zullen ze bestreden worden, die vaders en moeders, ver van hun gezinnen, die ouders waarvan kinderen in strafkampen, dikwijls gemarteld, allerlei ontberingen lijden. Vorige maand nog stond in de kranten te lezen; Christenvervolging neemt toe!

Paulus heeft zich ongetwijfeld ook afgevraagd of dit nu het loon was voor zijn trouw. Geloofsgevangenen in deze tijd zullen zich soms ook afvragen waarom, waarvoor, waartoe. God bewaart hen. Daardoor kunnen ze het volhouden op de weg van geloof. Onze taak voor hen is gevouwen handen, gesloten ogen en een voortdurende bede.

En wij? En u? Wanneer de dreigementen toenemen of u uit de veilige beschutting van uw woning weggehaald zou worden naar de strafgevangenis of naar een werkkamp, omdat u een christen genoemd wordt? Wie zal dan staande blijven? In eigen kracht toch niemand? En wie meent te staan, zie toe dat hij niet valt. De Heere God mocht zich nog ontfermen over land en volk, kerk en staat, overheid en vorstenhuis, over ons en onze kinderen. Hellenbroek ( 1658- 1731) schreef: “ 0, wat zijn er weinig voorbidders in het land! … onderzoekt u zichzelf, of u hier niet schuldig staat voor de Heere. Denkt u in uw gebeden wel altijd om de nood van Gods kerk en van ons vaderland.” En zou het woord wat Hellenbroek schreef in zijn tijd niet des te meer gelden voor onze tijd?

lz. Born