Genealogie (overdenking kerkblad december 2014)

“Het geslachtsregister van Jezus Christus… “. Matt. 1 : 1a

Indrukwekkend is het evangelie aan het begin van het Nieuwe Testament. Verleden en heden worden aaneen verbonden door de stamboom van de grote Davidszoon, de Heere Jezus Christus. Veel onderzoekers hebben in archieven gezocht of zijn bezig om zoveel mogelijk te weten te komen over hun voorgeslacht. Het gaat dan om persoonsgegevens zoals data van geboorte, huwelijk, overlijden en plaatsen van herkomst. Velen zijn geïnteresseerd in de status van de familie uit het verleden. Vol trots als ze ontdekt hebben dat er voorouders hebben geleefd die destijds bekende landgenoten zijn geweest. Ook als er een adelijke verwantschap tevoorschijn komt en een oud familiewapen. Potgieter zei: “Foei de bankier die zich schamen zou dat zijn genealogie met een marskramer begon”.

In het begin van het evangelie vinden we het familieregister van de Heere Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham. Niet het register van het geslacht van Jozef, de man van Maria. Zoals het er nu staat is het voluit evangelie, blijde boodschap voor een wereld verloren in schuld. Het geslachtsregister van Jezus Christus, dat wil zeggen van Jezus, dat is Hij die redt, de Zaligmaker. Van Christus, dat is de Gezalfde, de van de Heilige Geest vervulde Heilskoning. Hij, Die van God gezonden is om als Zijn Zoon geboren te worden en de natuur heeft willen aannemen van een verdorven mensengeslacht.

Zo het geslachtsregister lezend in Matt. 1 is dat toch van een andere inhoud dan waar wij doorgaans in geïnteresseerd zijn. Het begint bij de aartsvaders en eindigt als voorlaatste bij Jozef, de timmerman. Wat de maatschappelijke positie van deze mensen betreft moet gezegd dat velen mannen van naam waren. Abraham, lzaäk en Jacob zijn grote herdersvorsten geweest. David werd koning en generaties lang heeft zijn nageslacht op de troon te Jeruzalem gezeten. Van sommigen uit het register weten we nauwelijks iets en bij de geboorte van de Heere Jezus Christus is er nagenoeg niets van de roem en de eer uit vroeger dagen over. Veel belangrijker is hoe deze mannen en vrouwen, die genoemd worden, innerlijk zijn geweest. Daarover spreekt de bijbel duidelijke taal. Ze deugden geen van allen! De aartsvaders zijn zondige mensenkinderen geweest, met intriges, leugens en bedrog. Wie de levensloop van David nagaat, weet dat zijn bekentenis daarover waar is: ,lk ken mijn overtredingen en mijn zonde is steeds voor mij. Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtredingen uit naar de grootheid van Uw barmhartigheden”. De goddeloosheden van Davids nakomelingen worden breed uitgemeten. Denk slechts aan het steeds weer terugkerende refrein bij vele opvolgers: ,Hij deed dat kwaad was in de ogen des Heeren”. Manasse presteerde het zelfs een afgodstempel te installeren in de tempel van Jeruzalem.

Het boek met het geslachtsregister van Jezus Christus leert ons de verdorvenheid van het menselijk geslacht te zien. Dat kan ook niet anders. Vanaf de zondeval in het paradijs kenmerkt de mensheid zich door onreinheid in allerlei vormen. Job, op de puinhopen van zijn leven, vroeg zich af: ,Wie zal een reine geven uit een onreine? Niet één”. Niemand heeft ooit een geslacht voortgebracht dat voor de Heere God bestaan kan. Daar is in de loop der eeuwen geen verandering in gekomen. In psalm 14 staat het zo: ,De Heere heeft uit de hemel neergezien op de mensenkinderen om te zien of er iemand was die God zocht. Zij allenzijn allen afgedwaald, tezamen zijn zij verdorven er is niemand die goed doet, zelfs niet één”.

De geboorte van Jezus Christus in dit zondige geslacht is een daad die niet van de mens uitgaat. God deed het Zelf. Hij creëerde een mogelijkheid in onze onmogelijkheid en ontsloot een weg waar geen weg was. Op die manier zoals alleen de Allerhoogste dit kan werd er een Reine uit een onreine geboren. Zijn naam is Wonderlijk, Zijn daden ook (Jesaja 9:5). Het Kind in Bethlehem geboren is gekomen om mens onder de mensen te zijn, maar Zelf zonder zonde. Toen Johannes de Doper de Heere Jezus zag riep hij tot de mensen rondom hem heen verzameld: ,Zie het Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt”. Dat Lam kwam om der zonden dood te sterven. Hij droeg in de plaats van doemwaardige mensen de straf en Hij betaalde hun schuld. Door Zijn offer verzoende Hij bij God alle onreinheden en schiep de mogelijkheden voor allen die Hem aanroepen kinderen Gods te worden. Daartoe is de Heere Jezus Christus in ons geslacht ingekomen. Dat vieren wij op het kerstfeest.

De wereldse uitingen van het kerstfeest zien we overal om ons heen, maar de vraag is of we ook de werkelijke betekenis ervan begrijpen en beleven. Hij kwam om zalig te maken wat verloren was. Verloren in zonden en misdaden. Daar ligt een groot probleem in het doen en denken van de mensheid. Er zijn er die zeggen: ,,Er is geen God”. De bijbel zegt: ,Zij verderven het en bedrijven gruwelijk onrecht”. Er zijn er die zeggen: ,Wij doen geen zonden en misdaden”. De bijbel zegt: ,indien wij zeggen dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet”.
Op het kerstfeest en alle dagen van ons leven is nodig dat ons verduisterde verstand door Goddelijk licht bestraald wordt, zodat we inzicht krijgen in onze afkomst. Net als David uit het geslachtsregister van de Heere Jezus:

,,Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw oog,
Dies ben ik Heer, Uw gramschap dubbel waardig
‘k Erken mijn schuld, die U tot straf bewoog;
uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig”.
‘t Is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf ;
neen, ‘k ben in ongerechtigheid geboren,
mijn zonde maakt mij ‘t voorwerp van Uw toorn.
Reeds van het uur van mijn ontvangenis af”.
In het boek van het geslachtsregister van Jezus Christus wordt aan u en mij de mogelijkheid van zalig worden getoond. De Verlosser is gekomen, die ons afbrengen wil van het grootste kwaad en ons brengen wil tot het hoogste goed. Dat te weten doet een mens getroost leven en straks zalig sterven. Weet u er van? Het is nog te verkrijgen. Door het Kind van Bethlehem.

Genealogie, leer van de ontwikkeling en verwantschap van geslachten. Die van Zijn geslacht geworden zijn, zingen met Jodocus van Lodenstein (1620- 1677 ) mee:
,,Erenamen, al tezamen,
Vorstentitels zijn slechts schijn.
Niets zo heerlijk, zo begeerlijk,
Dan een kind van God te zijn’’

Iz Born