Lijdensoverdenking kerkblad maart 2015

Ik heb dorst (Joh. 19:28)

Wat heb ik een dorst. Dat zeggen we allemaal wel eens. Hebben we daarmee de dorst van Jezus ook gepeild? Ik denk het niet. Zijn dorst is van een heel andere orde. Hij heeft naar alle waarschijnlijkheid tijdens het laatste avondmaal voor het laatst gedronken. Dat is 16 uur geleden. Hij is geslagen en gegeseld. Zijn hele lichaam ligt open. Diepe wonden zijn er geslagen in zijn handpalmen en in zijn voeten. Wonden die allen maar groter worden omdat ze uitscheuren door het lichaamsgewicht. Wat een bloed en wat een vocht verlies. Jezus hangt nu al uren aan het kruis. De wondkoorts giert door zijn lichaam. Zijn lichaam is uitgedroogd. De organen van binnen (die al uren op vochtrantsoen staan) staan in brand. Ze schreeuwen om water. Tel daarbij op de brandende zon. Jezus sterft letterlijk van de dorst.
Onze dorst kent Hij dus van binnenuit. Hij heeft het gedragen en verdragen. Tot het bittere eind. Ook daarin is Hij afgedaald in de modder van ons bestaan. Ook daarin werd Hij met één met ons. Vrijwillig. God uit God. Licht uit God. Hij die samen met de Vader de beken en rivieren schiep. Hij die de bron is van het levende water. Hij sterft van de dorst. Ja, Hij kan meevoelen met onze dorst. Als iemand die het zelf heeft meegemaakt. Een mee – lijdende Hogepriester: dat is Hij.
Water: Wij hebben het zo nodig. Om onze lichaamstemperatuur op peil te houden. Om ons bloed vloeibaar te houden (om afvalstoffen af te voeren en voedingstoffen rond te pompen). Voor ons vanzelfsprekend. Voor miljoenen op de wereld niet. Zij sterven van de dorst. Hebben wij daarin als christenen een taak? Een roeping?
Ja zeker. Wij zijn geroepen om iedereen die dorst heeft een beker koud water aan te reiken.
Zal het ons lukken om de dorst in deze wereld uit te bannen? Nee. Het zou geweldig zijn als het zou lukken, maar ik zie het niet gebeuren. Want ook in de afgelopen jaren sloegen er grote groepen mensen op de vlucht. De vluchtelingen worden opgevangen. De VN doet goed werk. Alleen: Schoon drinkwater is wel vaak een probleem. Zal het ons lukken om de dorst in deze wereld uit bannen? Nee. Want zelfs in Nederland, waar voldoende water beschikbaar is, sterven mensen, gekweld door dorst. Dorst: Het hoort bij deze wereld, die zucht onder de gevolgen van de zonde.
Wat heeft de dorst van Jezus daarmee te maken? Alles. Want Jezus draagt hier aan het kruis onze zonde en de gevolgen van de zonde. Onze zonde, onze gebrokenheid, onze dorst: Hij neemt het vrijwillig op zich. Om ons daarvan te verlossen. Jezus lijdt verschrikkelijke dorst, opdat een ieder die in Hem geloofd, nooit meer zou dorsten. Jezus sterft van de dorst. Om voor ons de weg te banen naar dat nieuwe koninkrijk waar niemand meer zal zeggen: Ik heb dorst.
In Openbaringen 7 lezen we: ‘Zij zullen geen honger en geen dorst meer hebben. Geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal het geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.’

Ds. L.J. Vogelaar