Lente-lied

Psalm 104:30

Toen ik deze psalm in een dienst aanhaalde bleek een tuinder verrast. Hij genoot van de lente, maar een psalm daarover?! En wij stadsmensen? Lees psalm 104 als geheel. Eerst prijst de dichter God om wolken en wind, om bergen en dalen, om vogels en mens en dan zingt vers 30: Zendt Gij uw Geest uit, dan worden zij geschapen en Gij vernieuwt het gelaat van de aarde. Heb je groen en bloesem ooit in verband gebracht met Gods

Geest? Dan wordt het dubbel genieten. Kom mee naar buiten allemaal. Een nieuwe lente en een nieuw geluid.

 

  1. Zie Hem scheppen

Eerst staat er: ‘Neemt Gij hun adem weg, dan sterven zij’. Dan blazen ze de laatste adem uit. Maar dan volgt: ‘Zendt Gij Uw Geest uit, dan worden zij geschapen’. God gaat dus over dood en leven. Meer over het leven. Na dood komt weer leven: na hùn geest, Zijn Geest. Het Hebreeuwse ‘ruach’ betekent ook wind. Voel je de lentewind? Dan voel je de Geest! Wie vindt de Geest nu nog vaag? Na de winter zie je de Geest aan het werk.
Maar ‘geschapen‘? Toch alleen ‘in den beginne’? Toen is dat woord barah wel geijkt als Gods eigen werk. Sindsdien onderhoudt en regeert Hij dat. Maar dat niet ‘alleen’. Het staat er: worden geschapen. Tegenwoordige tijd. Het scheppingswerk gaat door!

 

  1. Na Genesis een gedicht

De psalmist zinspeelt op Genesis 1, maar zegt het dichtelijkerEr zij licht wordt Hij hult zich in het licht (vs. 2). En dan: De Geest Gods zweefde over de wateren. Bij scheppen hoort dus de Geest. Nieuw is vers 8: bergen rezen op, dalen zonken neer. Wanneer zijn de bergen ontstaan? Met die aardlagen? Van bergen lees je nog niet ‘in den beginne’. In de Alpen zie je altijd bij hoge bergen diepe meren. God bepaalde (vs. 9) de grens tussen water en land al in den beginne. Maar ‘ze zullen de aarde niet weer bedekken‘, dat zinspeelt op de zondvloed. Dan komt na de dieren de mens, net als in Genesis 1. Maar nieuw is die heerlijke wijn en dat brood voor de mens (vs. 15). Na bomen, vogels en bergen worden maan en zon bezongen (vs. 19). Eerst de maan. Als het donker wordt, komen de dieren voor de dag. Vooral jonge leeuwen, ‘die hun voedsel van God begeren‘ (vs. 21). Welk voedsel? Heb je nooit een natuurfilm gezien waarin een leeuw een hert aanvalt? ‘Van God begeerd’?! Voor de val? Maar over een zondeval zwijgt Psalm 104. Als de zon opgaat maken de roofdieren dat zij wegkomen. Zij slapen overdag. Na de zondvloed zei God tegen Noach: ‘Uw schrik zij over het gedierte‘. Wist u dat wilde dieren bang zijn voor ons? Dan kun je mooi naar je werk (vs. 23). Mooi geregeld. En dan komt onze lente-tekst. Maar ook nog een aardbeving en vulkaanuit-barsting(!). Wat een ramp! Een natuurramp. Blijf uit de buurt. Dit is uiting van gods majesteit. Blijkbaar was de hof geen Keukenhof. ‘Het raadsel van de goede schepping’.

 

  1. Loof de HEERE

Slaat onze natuurpsalm dan de zondeval over? Heeft de onbekende dichter dan van zonde geen last? Heeft hij ook geen genade nodig? Hoor het begin: Loof de HEERE, mijn ziel. HEERE mijn God, Gij zijt zeer groot. Direct al de naam HEERE. Zelfs zeven keer. Die Naam kennen heidenen niet. Sinds wanneer heet God zo? Sinds Hij Mozes riep! Wat betekent JHWH? Ik zal zijn.. Ik ben… Ik ben erbij. Bij mijn volk-in-nood. Wij dienen geen algemene god-der-filosofen, ook geen Allah‚ maar de God van Israël. Dankzij Zijn bijzondere openbaring. Zonder deze bril zagen we niet zo veel. De dichter heeft zelfs een persoonlijke relatie met Hem. ‘Mijn God’, zegt hij. Zijn Geest is geen vreemde. Hij kent de HEERE. Wij ook? Van nature waren wij als heidenen zonder God en zonder hoop in de wereld. Vergeet dat nooit, zegt Paulus vaak. Maar door de zendingsprediking over de Heere Jezus zijn we nabij gekomen. Jezus heet naar JHWH: Jeho-shua, de HEERE redt. Al in Zijn openlucht-prediking wees Jezus op de natuur: op de vogels en de bloemen. Wees toch niet zo bezorgd, kleingelovigen. Maar zoek eerst het koninkrijk van God. En wat gebeurde er in de natuur bij Zijn kruisiging? Toen verduisterde de zon. En wanneer stond Jezus op? Vroeg in de morgen, toen de zon opging‚ zegt Marcus.
Dr. O. Noordmans sprak van een ‘lichtplek rond het kruis’. Ja, op termijn. Maar de Opgestane Heiland citeerde toch weer psalmen. De schepping is meer dan ‘een lichtplek rond het kruis’. Veel meer. Hoe talrijk zijn Uw werken, HEERE (vs. 24) Gij (!) hebt ze alle met wijsheid gemaaktGij vernieuwt de aarde. Maar vernieuwd – ben ik dat zelf? Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest. Door Diezelfde Geest!

En de slotsom is: Ik zal de Heere zingen zolang ik leef. Ik zal mijn God psalmzingen zolang ik ben. De schepping leidt tot deze goede keus. Maar wie in ‘evolutie’ gelooft kan dat niet zeggen. Dan was er nooit een goed begin! En wie schepping met evolutie combineert maakt de Schepper indirect debet aan onze dierlijke aggressie.

 

  1. En de goddelozen?

Want dat is er ook. De zondaren zullen van de aarde vergaan en de goddelozen zullen niet meer zijn (vs. 35). Ineens zijn er toch weer die goddelozen – in die mooie Psalm. Maar daarom juist. Deze sehepping is zo goed, dat daarin geen criminelen of terroristen thuishoren. De Schepper kan hen niet blijven verdragen. Zonde is een inbreuk op Zijn mooie werk. Hoort de psalmist niet bij die zondaars? Weet je dat zeker? Als je naar de nieuwe lente kijkt kun je niet onvernieuwd achterblijven.

                                           C.Blenk