Een teken (overdenking oktober 2015)

Een schip dat als teken Kastor en Pollux had.” Handelingen 28:31 .

De apostel Paulus heeft veel beleefd op zijn reis van Jeruzalem naar Rome. Net een storm en een schipbreuk achter de rug, waarin op wonderlijke wijze de Heere God alle schipbreukelingen omdat Paulus aan boord was (Hand. 27 : 24) heeft gered, zit hij nu op een schip met de namen Kastor en Pollux. Afgebeeld door twee houten poppen op de voorplecht van het schip. Wie Rome bezoekt kan nu nog de restanten zien van de tempel, gewijd aan Kastor en Pollux. Wereldwijd vindt men ook nu nog veel vrachtschepen en om wat dichter bij huis te blijven, in onze Nederlandse jachthavens vindt men plezierjachten, die beide of één van deze namen dragen.

Wie waren ze? Ze waren tweelingbroers, die, behoorden bij de zonen van Zeus, de oppergod van de Grieken. Bij de Romeinen heette die God Jupiter. Hij is de “wolkenverzamelaar” en doet het regenen, sneeuwen en hagelen. Hij zendt het onweer en doet het bliksemen, hij doet de hemel en de aarde sidderen en bestuurd het leven en het lot van de mensen. Zijn in goud en ivoor uitgevoerde beeld in de Zeus-tempel in Olympia toont het volk een indrukwekkende grijsaard met donkere lokken. Bij één van zijn vele minnaressen, Leda genaamd, verwekt hij, in de gedaante van een zwaan, deze tweelingen. Kastor munt uit als ruiter en Pollux als vuistvechter. In Griekenland, maar ook in Italië werden ze vereerd in het bijzonder in de strijd en als redders van de zeelieden. Dit laatste is de reden, dat hun houten afbeeldingen, als herkenningsteken, op schepen, te vinden waren. De kanttekening van de Statenbijbel zegt er dit van: ,welker teken dit schip zijn naam heeft gehad, omdat het van dezelve beter bewaard zou worden, gelijk zij meenden”. In hun bijgeloof meenden ze, dat deze Kastor en Pollux verschenen als het onweerde en meekwamen met de bliksem. Verschenen ze allebei dan betekende dat voorspoed, verscheen er maar een dan betekende dat rampspoed. Om die twee gunstig te stemmen stond hun teken op de voorplecht.

Wij hebben geen weergoden meer! Die zijn dood… of toch niet helemaal? Hebben we weer goden? Andere goden, idolen? In onze samenleving nemen on- en bijgeloof schrikbarende vormen aan. Wat moet een christen daarmee? We zeggen toch: ,,je kunt van alles je afgod maken: vader, moeder, vrouw, kind, auto, werk, kerk, godsdienst, sport… Afgoderij is toch mensen of dingen een plaats, geven in je leven, die alleen God toekomt! Er wordt wat surrogaat binnengehaald in plaats van de enige waarachtige God lief te hebben, te eren, te dienen en kinderlijk te vrezen.

Een teken

Alle zeelieden dragen het teken van Kastor en Pollux. Eén op het schip, Paulus, de gevangene op weg naar de keizer te Rome, heeft een Ander teken. Hij was ook in on- en bijgeloof verstrikt maar mocht de eniggeboren Zoon van God de Vader ontmoeten op weg naar Damascus en het teken van de gekruisigde en opgestane Christus ontvangen. Dit teken is onzichtbaar: hij mag door de bearbeiding van de Heilige Geest nu in geloof de Heere Jezus Christus in zijn hart meedragen. Hij heeft,,Vaders Zoon aan boord”. Dit teken is ook zichtbaar: in handel en wandel! Het uit zich in kinderlijke vreze Gods, in van harte zin om naar al de geboden van God te leven, in het strijden tegen de zonde, de wereld, de satan, in liefde voor Gods huis, Zijn naam, Zijn dienst… Dan is het herkenningsteken daarvan niet twee houten poppen of iets anders maar een levende openbaring van een levende Christus. Moet een mens daarvoor alles overboord gooien”? Zijn vrouw, kinderen, auto, werk, sport… Alstublieft niet, maar, Hij op de eerste plaats in het hart en in het leven.

De apostel bezat het. Zalig, die mens die zijn afgoden afgezworen heeft en steeds weer afzweert. Zalig, die mens in wie Christus Jezus leeft! Staat uw leven in Zijn teken? Paulus schrijft door de eeuwen heen aan ons. “Onderzoekt uzelf, of u in het geloof bent, beproef uzelf Of kent gij uzelf niet, dat Jezus Christus in u is ? Als u dan maar niet verwerpelijk bent voor God”, zegt de apostel.

Iz. Born