2015

2015
NIET OMGEKOMEN
”Het is de goedertierenheid van de Heere, dat wij niet omgekomen zijn”Jeremia 3 ; 22a”.

TOEN
De profeet Jeremia heeft veel ellende gehoord en gezien. Eerst was er vrede, vrijheid en voorspoed, maar nog tijdens zijn leven kwam de Heere God met Zijn oordelen over land en volk. De redenen daarvoor waren: “Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij de Springader van levend water hebben zij verlaten om bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden“. Als gezant van de Heere God moest Jeremia het afgevallen volk, van hoog tot laag , van tevoren waarschuwen, maar hij werd veracht en verguisd. Zijn waarschuwingen in opdracht van zijn Zender waren tevergeefs.
Er kwam oorlog, hongersnood, gevangenschap en het merendeel van het volk werd gelijk grote kudden vee weggevoerd in ballingschap. Het land lag onverzorgd, een wildernis gelijk, Jeruzalem werd verwoest en de tempel lag in puin. Op de wegen waren geen feestvierende menigten meer op weg naar Sions God gewijde top. Jeremia’s klaaglied spreekt er van:

,,Mijn benauwde ziel versrnelt,
Als zij zich voor ogen stelt,
Hoe ik onder stem en snaren,
Feest hield met Gods blijde scharen”.

Daarover treurde Jeremia en daarover gaan zijn Klaagliederen, maar hoor nu toch: “Het is de goedertierenheid van de Heere, dat wij niet zijn omgekomen“. Hoe kan dat? Wel, het kon nog erger, want naar recht had de Heere God hen totaal vernield. Hij spaarde ondanks Zijn zware straffen. Wel in ballingschap, maar niet omgekomen. Nog was de Heere God in Zijn toorn gedachtig aan Zijn ontferming!

NU
Wij zijn nu gekomen aan het einde van het jaar des Heeren 2015 en het is de goedertierenheid van de Heere, dat wij niet zijn omgekomen! Ook niet onze huizen, onze dorpen en steden, onze akkers. Met de situatie in de dagen van Jeremia voor ogen komt de vraag tot ons: ,wat zou de Heere van ons volk en van ons land moeten getuigen? Is het niet gelijk aan dat wat Jeremia horen moest: dit volk heeft een weerspannig hart en is afgevallen en heengegaan? Onze ogen en oren hebben veel gezien en veel gehoord dat de Heere onteert, maar wat zou de Heere gezien en gehoord hebben? De Heere God dringt immers door tot in de meest verborgen schuilhoeken van ons hart en is de stille getuige van elk gedacht, gefluisterd of gesproken woord. Dan kan het niet anders, denkend aan onszelf en aan land en volk en ver daarbuiten, dat we het nog meer dan Israël moeten belijden, dat de Heere God redenen neemt uit Zichzelf om goedertieren te zijn. Een Jeremiade aanheffen over alle vormen van verval en de toename daarvan in het afgelopen jaar baat niet wanneer we niet zelf in de schuld komen voor God. Dan kan er wel zijn weemoed naar de dagen van weleer en een klagen over de ellende die allerwegen toeneemt, maar dan zullen we nooit de Heere God aanklagen. Integendeel, dan wordt het een wonder dat we nu weer een heel jaar in Zijn gunst mochten beleven en nemen op de oudejaarsavond het lied van Jeremia over: ,Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen: “Het zijn de goedertierenheid van de Heere, dat wij niet zijn omgekomen“. Die goedertierenheid heeft u en mij niet alleen niet doen omkomen, maar brengen ons ook in diepe verootmoediging voor die God Wiens barmhartigheid in de Heere Jezus Christus, niet ophouden.
Dat we daarom het jaar met een danklied mogen eindigen.

lz. Born

(De foto toont een deel van Cizre in ZO-Turkije na een politie/leger actie, auteur Mahmut Bozarslan, foto in publieke domein).