Hoe komen we over?

Op vakantie bezochten we eens een Grieks-Orthodoxe kerk. Het was Goede Vrijdag en een hele schare stond te luisteren. Maar wij verstonden niets. Vind je daar een bijzonder Godshuis, maar je staat erbuiten! Op toeristen was niet gerekend.
Welnu, zo kan iemand zich ook bij òns in de kerk voelen: een buitenlandse student of een buitenkerkelijke buur om de hoek. Moeten we dan de liturgie veranderen? Als evangelist in Zoetermeer nodigde ik eens een vrouw uit voor een dienst bij ds. Boer. Hoe die overkwam? ‘Die man had wat te zeggen’, zei ze, ‘maar waarom kijken de mensen zo strak en snoepen ze terwijl?’
Ook Paulus leert ons kijken door de ogen van een gast. Hoor maar.

1 Corinthe 14:24 en 21

1. Gasten
Als toehoorders of ongelovigen binnenkomen, wat zouden zij dan denken? Nu was Corinthe een huisgemeente met tongentaal en Paulus is daar niet tegen, maar hij wil een boodschap in klare taal. En dan noemt hij eventuele gasten: wat zouden die nu van die tongentaal vinden? Zouden ze niet denken dat u gek bent geworden?! Maar als zo’n gast u hoort profeteren kan hij getroffen worden in het hart: een boodschap van God voor mij! Paulus gebruikt drie woorden: weerlegd: bezwaren weggenomen; antwoord krijgen; doorgrond: je valt door de mand; en je wordt ontdekt: het verborgene van het hart komt aan het licht. En dan gebeurt er wat: dan valt hij ervoor. En hij zal God aanbidden en belijden: God is in uw midden. ‘God is tegenwoordig‚ Gods is in het midden. Laat ons diep in ‘t stof aanbidden’. Gaat het altijd zo dramatisch? Bij Lydia opende de Heere stil het hart. En Christus? Opdat alle tong zou belijden: Jezus is Kurios, tot eer van God de Vader.

2. Profeten
Proferen dus, maar wat ìs dat? De toekomst voorspellen? Nathan vertelde van een rijke, die een ooilam stal van een arme. Die man is een kind des doods, riep David. Natan: U bent die man.
Profetie doorlicht dus eerst verleden en heden.
Paulus gebruikt hier Oudtestamentische taal. Jesaja 45: Egypte en Ethiopie zullen zich voor u neerwerpen… en smeken: Alleen bij u is God. En Zacharia 8: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal (!) vastgrijpen de slip van een Judese man: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord dat God met u is. Dat was toen nog toekomstmuziek! Ruth en Naäman waren geen eenlingen maar eerstelingen. En wat zei Nebukadnezar na de droomuitleg? De God der goden openbaart verborgenheden. Is profeteren alleen oudtestamentisch? De Pinkstergeest is juist voor jong en oud, voor man en vrouw: En zij zullen profeteren. Dat stimuleert Paulus in vers 1: IJvert naar de beste gaven, allermeest dat u mag profeteren. Moeten allen dat dan kunnen? Vs. 29 zegt: Dat twee of drie spreken en de anderen oordelen. Het is: de Schrift toepassen. Ken dus Zijn Woord en ken je tijd. Het vonkt alleen tussen twee polen.

3. Klare of rare taal
Een voorbeeld staat al in vs 21: Door mensen van vreemde talen en tongen zal Ik tot u spreken, zegt de Héere en nog zullen zij niet horen. Mag je dat toepassen op ònze vreemdelingen? Wat moet Europa met deze volksverhuizing? Testcase voor onze normen en waarden. Dieper: wil God ons iets zeggen? Wat is hier de ‘sprake Gods’? Ik denk: ‘Als jullie niet luisteren naar klare taal, moet ik rare taal spreken’. Over angst voor moslims zei Merkel: ‘Als zij hùn religie ernstig nemen, waarom wij de onze dan niet? Lees je bijbel en ga naar de kerk’. Zelf zei ik eens tegen een vrouw, die randkerkelijk en bang was: ‘ze nemen heus geen volle kerk over’. Mag preken wel zo ‘aktueel’? Jezus zei: ‘U voorspelt het weer, maar waarom duidt u deze tijd niet?’ Profetie is iets gezien en iets te zeggen hebben. Paulus zet Jesaja zelfs over in de Ik-vorm: zàl Ik tot dit volk spreken; en nog zullen zij niet horen, zegt de Heere.

Waarom blijven die Moloch-klinieken en Mammonbanken maar open?

4. Een roepstem
Ruk je zo’n tekst dan niet uit zijn verband? Paulus citeerde Jesaja 28: wat is daar de kontekst? Omdat priesters en profeten dronkemanstaal uitslaan, zal God door belachelijke klanken tot hen spreken. Dus gelal tegen gelal en dat van Assyriërs. Is dat toepasbaar? Mozes waarschuwde al voor een groot volk, welks taal u niet verstaat, een hardvochtig volk, dat zal u aanvallen en knechten (Deut. 28). Dacht Jesaja daaraan? Eerst zei hij nog Evangelisch: dit is de rust, geeft de moeden rust, maar zij wilden niet horen.

Samaria viel en Jeruzalem werd belegerd. Maar Hizkia riep Jesaja en legde de dreigbrieven biddend voor aan God.

Maar wat moest Corinthe daar nu mee? Een Griekse stad in het Romeinse Rijk! Wie zijn in deze havenstad ‘vreemdelingen’? Zeelui? Of was de apostel ook ziener? De Oostgrens werd bedreigd door Parthen! Hij kon de komst van Arabieren in later eeuw toch niet voorzien?

Hoe het zij, de tekst spreekt niet over geweld. Daarom durf ik niet te denken aan die aanslagen. Er staat: Dan zal Ik tot u spreken. Moge de Heere deze roepstem heiligen aan Europa’s hart.

C. Blenk

(De foto toont een groep zingende orthodoxe christenen bij de Grafkerk in Jeruzalem)