De gemeente als gave van God

Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen.” (Efeze 4 vers 8)

Die woorden van vers 8 haalt Paulus uit Psalm 68 vers 19. Daar heeft David het over de overwinningstocht van de Here God naar Sion, nadat de vijanden van Israël verslagen zijn. Hij heeft de gevangenen buit gemaakt. Hij heeft hen in bezit genomen en het volk Israël is daar goed mee. Want van wat de Here God in bezit genomen heeft, deelt Hij uit aan Zijn volk. Paulus betrekt die woorden vervolgens op Jezus Christus. Het gaat in die woorden zowel over Kerst, Goede Vrijdag en Pasen als over Hemelvaart en Pinksteren. Die gebeurtenissen klinken allemaal door in die ene zin. Om op te varen in de hoogte, moest Hij, de Here Jezus, namelijk eerst vanuit de hoogte naar beneden komen. Dat gebeurde toen Hij als Kind geboren werd in Bethlehem. Vervolgens is Zijn hele leven een lijdensweg geweest, die uitliep op Golgotha. Na Zijn opstanding is Hij opgevaren in de hoogte en heeft Hij de Heilige Geest naar de aarde gestuurd als Zijn plaatsvervanger. Paulus beschrijft daarmee wat de Here Jezus allemaal voor ons gedaan heeft en welke weg Hij is gegaan. De Here Jezus is nu in de hemel, maar voordat Hij daar naar terugkeerde, heeft Hij al Zijn vijanden overwonnen en achter Zich gelaten. Dat kostte Hem een zware strijd waarin Hij het moest opnemen tegen de macht van de zonde, de dood, de satan en de hel. Goddank is Hij als Overwinnaar uit de strijd gekomen. Toen Hij naar de hemel terugkeerde, nam Hij de Heilige Geest in ontvangst. En vervolgens heeft Hij de Heilige Geest uitgestort op Zijn gemeente op aarde. Aan die gemeente zijn allerlei gaven van de Heilige Geest geschonken. Denk hierbij aan: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars. (vers 11) Alles wat er aan gaven in de gemeente aanwezig is, komt dus uit de handen van Jezus Christus Zelf. Ja, dankzij Hem is er een gemeente (van de Bethlehemkerk) en wordt die gemeente ook nu nog door Hem in stand gehouden en opgebouwd. U en jij mogen je handen ophouden om van Hem te ontvangen alles wat je nodig hebt. Om er zelf door opgebouwd en gezegend te worden en voor een ander tot zegen te kunnen zijn.

Ad Vastenhoud

(overdenking “Ons kerkblad” feb. 2016