info@bethlehemkerk-denhaag.nl

Overdenking

Overdenking kerkblad – mei 2018

“….en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg. Geef mij de vreugde over Uw heil terug…..” (Psalm 51 vers 13b en 14a)

In het boek Handelingen lezen we dat tijdens het Pinksterfeest de Heilige Geest is uitgestort. In ruime mate, voor iedereen beschikbaar. Daarin verschilt het Nieuwe Testament met het Oude Testament. Ook daar wordt over de Heilige Geest gesproken met betrekking tot mensen, maar dan gaat het steeds over de enkeling. Denk bijvoorbeeld aan Bezaleël die vervuld werd met de Geest van God om ontwerpen te bedenken en uit te voeren ten behoeve van de bouw van de tabernakel. (Exodus 31) David heeft het in Psalm 51 ook over de Heilige Geest. Hij heeft deze Psalm geschreven nadat hij gezondigd had. Vanaf het dak van zijn paleis zag hij een mooie vrouw en dat bracht van alles bij hem in beweging. Hij kon de verleiding niet weerstaan om haar bij zich te roepen en is toen met haar naar bed gegaan met als gevolg dat ze zwanger raakte. Toen zijn plan mislukte om haar man Uria met haar te laten slapen zodat het zou lijken alsof hij het kind bij haar verwekt had, heeft hij hem uiteindelijk vermoord. Dat ging gepaard met allerlei leugens en bedrog. David was diep in zonden gevallen. Hoe heeft dit toch kunnen gebeuren? David, de man zo dicht bij God leefde. Onbegrijpelijk. Ja, het begon er allemaal mee dat hij die mooie vrouw zag en zich tot haar aangetrokken voelde. Op zich is daar niets mis mee natuurlijk, want zo zijn mensen nu eenmaal geschapen. Het heeft alles met hormonen te maken. Maar het ging fout toen David gehoor gaf aan die gevoelens. Hij liet zich er door (ver)leiden met alle gevolgen van dien. Maar zou het echt zo zijn dat het misging bij David op het moment dat hij die mooie vrouw zag en gehoor gaf aan zijn gevoelens? Je zou het toch denken, maar het is niet zo. De oorzaak zat veel dieper bij hem. Hij heeft deze Psalm geschreven nadat de profeet Nathan met hem gesproken had. David doet boete en belijdt zijn schuld. Toch heeft hij het in deze Psalm met geen enkel woord over zijn seksuele misstap. Ook heeft hij het niet over de moord die hij gepleegd heeft en over zijn leugens en bedrog die daarbij een rol gespeeld hebben. Natuurlijk heeft David in dit alles gezondigd. Maar zijn zonden waren het gevolg van het feit dat de Heilige Geest in zijn leven niet de ruimte gekregen had om hem te laten leven uit de vreugde van het heil van God. (vers 14) Toen hij daar op het dak van zijn paleis liep, was die vreugde er niet in zijn leven en dat maakte dat hij zijn levensvreugde in andere dingen ging zoeken. Toen hij vervolgens die mooie vrouw zag en hij zich tot haar aangetrokken voelde, probeerde hij daarmee de leegte in zijn leven te vullen. Maar het heeft hem niet gebracht waar hij naar verlangde. Het heeft zijn leven verwoest. Daarom vraagt hij in de Psalm of God hem de vreugde over het heil terug wil geven door de Heilige Geest niet van hem weg te nemen. Want David wist dat als hij weer vervuld zou zijn met de Heilige Geest, hij wel sterk genoeg zou zijn om nee te kunnen zeggen tegen de verleidingen die op allerlei manieren op hem af kwamen. Zo wil de Heilige Geest ook u en jou in staat stellen om in gehoorzaamheid aan de Heere God te leven. Geef Hem daarom alle ruimte in je leven en luister naar Zijn stem!

Ad Vastenhoud

Het Kruis (Overdenking kerkblad maart 2018)

HET KRUIS1

Korinthe 1 vers 18 Het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God.

Wat vindt u van het Evangelie…? Het Evangelie dat ons vertelt over het kruis op Golgotha. Wat is uw en jouw mening daarover…? U of jij denkt: ik zeg niets. Dat kan niet: niets zeggen. Neutraal blijven is niet mogelijk als het gaat over het Evangelie van het kruis. U en jij moet er iets van vinden! Zo staat het eigenlijk ook in de tekst boven deze meditatie: Het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God.

Het woord van het kruis… Een zichtbaar kruis op een heuvel.Het heeft er echt gestaan. Toen en daar op Golgotha. Het woord van het kruis… Wij denken dan aan het lijden en het sterven van de Zoon van God. En waar heeft Zijn lijden en sterven dan mee te maken? Met u. Met jou. Met mij. En ook met iets van ons: onze zonden. Wat zijn zonden? Fouten die wij maken, woorden waarmee wij anderen bezeren, beledigingen van God. En nog meer van dat soort dingen. Zonden zijn de spijkers in Jezus’ handen en voeten.

Jezus krijgt aan het kruis mijn zonden. Alstublieft! Misschien moet ik het nog anders zeggen: aan het kruis worden alle zonden bij Jezus neergelegd. Dat verzwaart Zijn lichamelijk en psychisch lijden! Hebt u van de Heilige Geest een beetje zelfkennis gekregen? Ja…? Dan beseft u enigszins hoe vreselijk dit voor de Heere Jezus is geweest. Alle zonden… Die afgrijselijke zonde, die onbegrijpelijke zonde. De duisternis van die zonden. De ondraaglijke last van die zonden.

Hangen aan een kruis… Wat een dwaasheid! Hoe kun je zoiets bedenken! Maar hoe staat het er ook al weer…? Het woord van het kruis is dwaasheid… Het staat gewoon in de Bijbel. Het kruis op Golgotha? Dwaasheid! Ik kan het dwaasheid vinden. Maar mijn dwaasheid heeft gevolgen: verloren gaan! Het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan dwaasheid.

U zit regelmatig in de kerk en waarschijnlijk zult u niet hardop zeggen: ik vind het dwaasheid. U wilt uw mede-kerkgangers niet kwetsen. Maar… u vindt het woord van het kruis ook dwaasheid als uw gedachten en uw gevoelens niet aansluiten bij waar het in het lijden en sterven van de Heere Jezus om gaat.

Van de gebeurtenissen rond het kruis op Golgotha moet je zeggen: het is een gebeuren van de grootste schande. Maar tegelijk moet je zeggen: het is een gebeuren van de grootste heerlijkheid. Op Golgotha zie je de heiligheid en de rechtvaardigheid van God. Je ziet de ontferming van God. Je ziet de liefde van God en de achterkant van Zijn liefde: Zijn toorn. Als je hier iets van ziet, zal je het woord van het kruis geen dwaasheid meer vinden. Er is niets dat onze ziel meer misvormt dan een lage en onwaardige opvatting van het kruis op Golgotha.

Het woord van het kruis is voor hen verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God. Behouden worden… Anders gezegd: gered worden door de Heere Jezus Christus. Wanneer je aan iemand vraagt ‘wat is geloven?’ dan kun je een antwoord horen dat begint met: dan doe ik dit… dan doe ik dat… En inderdaad, geloven en met je armen over elkaar blijven zitten gaat niet samen. En toch zeg ik: geloven is… alles door Jezus Christus laten doen!

Wij doen Hem het meeste genoegen, niet door krampachtig van alles en nog wat te doen, maar door ons te werpen in Zijn armen. ‘Heere Jezus, ik geloof en daarom laat ik U het werk doen…’ Op Golgotha voor mij. Vandaag in mij. Hij heeft het gedaan en Hij doet het. En ik? Moet ik het goedkeuren? Moet ik het aanvullen? Moet ik het hier en daar wat corrigeren? Nee! Hij heeft ‘Het is volbracht!’ de wereld mogen injubelen. En die jubel klinkt door tot op de bodem van mijn ziel.

Het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God. Ons… Mijn oma is behouden, mijn moeder is behouden, mijn broer is behouden. Maar daar hebt u niets aan. Het woordje ‘ons’ valt uiteen in u en jou en u. Bent u behouden…? Ben jij behouden…? Behouden… Dat is onder andere dit: steeds meer van jezelf gaat je leven uit en steeds meer van de Heere Jezus Christus, de enige Redder, komt je leven binnen. Is de Heilige Geest daarmee bezig in uw en jouw leven?

Maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God. De boodschap van het kruis is de kracht van God. Is dat een kracht…? Ja! Op Golgotha hebben de machten van de zonde, de dood, het ongeloof het verloren van de kracht van God. Daar heeft de kracht van God gezorgd voor verzoening, leven, intens geluk. Achter Golgotha ligt de Paasmorgen. Achter de dood ligt het leven. Achter de vernedering ligt de glorie. ‘U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer!’ Na de vergeving van mijn schuld komt de vernieuwing van mijn leven. Na het loslaten van alles komt het vasthouden van mijn Jezus. Na de allerlaatste zonde komt de zalige volmaaktheid.

Het Evangelie van het kruis… Je gaat ermee verloren. Je wordt er door behouden. Wat doet het met u…? Wat doet het met jou…?
P. Mostert

GOD… MET… ONS

U zult Hem de naam Immanuel geven; vertaald betekent dat: God met ons. (Mattheus 1 vers 23b)
God… met… ons. Met. De Naam Immanuel betekent niet: God zij met ons. Het is geen wens, het is een feit!
Het is ook niet: wij met God. Want wees eens eerlijk, dat is maar af en toe. Op zondag misschien, als je “fijne kerkdienst” hebt meegemaakt.
Of als andere mensen een beetje aardig voor je zijn. Dan is het: wij met God. Maar hoeveel uren gaan er voorbij dat u en jij helemaal niet aan God denken? Dan is het niet: wij met God. Dan is het: ik alleen.
Door alles wat van ons is, zou je alleen maar kunnen verwachten dat God zo ver mogelijk bij ons vandaan blijft. Want ja, de zonde is om ons heen en zit in ons. Weet u waarom christenen het over ‘zonde’ hebben? Omdat het in de Bijbel staat? Ja, dat ook en in de eerste plaats. Maar ook omdat christenen realisten zijn.
Je zou dus verwachten dat God zo ver mogelijk bij ons vandaag blijft. Maar Kerstfeest zegt: God met ons…! God komt naar ons toe!
En laat het even heel duidelijk voor u zijn: wij hebben God niet naar ons toegehaald. God is in Zijn Zoon, Jezus Christus, naar ons toegekomen. Van boven naar beneden. God stuurt geen Kerstpakket, Hij bezorgt geen fles wijn, Hij stuurt niet een kadobon op. Hij komt Zelf!
God met… ons. En het woordje ‘ons’ valt uiteen in: u en jij en u en jij. Wilt u het beleven? Wil jij hoogstpersoonlijk ervaren, dat God met jou is? Geloof dan in Jezus Christus! Vier dan echt Kerstfeest! Bewonder het Kerstfeit!
Zonder Jezus kan het niet. Zonder Jezus hoeft het niet! Jezus wil Zijn Naam graag eer aandoen, want deze Naam betekent: Redder, Zaligmaker.
Immanuel: God met ons. Met de Naam Immanuel zegt de Heere Jezus niet tegen jou en u: Ik kom eventjes bij je kijken op 25 en 26 december.
Met de Naam Immanuel zegt Hij: Ik ben er! Vandaag. Op 27 december. In januari.
Kijk, daar heb je wat aan als de sfeer weg is en de kaarsen zijn opgebrand. Je hebt er niet alleen wat aan, je hebt Hem!
Kerstfeest vieren is niet eindeloos zingen van ‘Stille nacht’. Kerstfeest vieren is eindeloos genieten dat God in Jezus Christus met mij is. Door Zijn liefde. Door mijn geloof.
Immanuel: God met ons. God is met mij… Dat zie je niet altijd aan de buitenkant, hoor! Hij woont in een prachtig huis, hij is gezond, hij heeft een leuk gezin, dus… God is met hem. Zo is het niet. Zij is vaak ziek, en daardoor heeft zij geen werk meer, haar familie kijkt niet echt naar haar om, en toch… is God met haar. Wij begrijpen dit niet altijd. Wij zouden zeggen: als God met je is… Ach, laten wij maar niet teveel zeggen. Is God met u…? Bent u verknocht geraakt aan de Heere Jezus Christus…? Ja? Dan bent u schatrijk!
Ben jij ooit iets tegengekomen wat even goed en bijzonder was als Jezus Christus…? Dat is onmogelijk…!
Immanuel: God met ons. Je kijkt niet alleen achterom en dankt de Heere Jezus voor Zijn komst naar onze wereld. Je kijkt ook vooruit en bidt: ‘Heere Jezus, kom en laat mij niet te lang meer wachten op Uw tweede komst!’
Wilt u het weten, zeker weten, of u God de Vader kent, de Heere Jezus Christus liefhebt, de Heilige Geest blijvend nodig hebt…? Dat kunt u hieraan weten: aan het intense verlangen naar de volledige glorie van Immanuel. Zijn komst met pracht en praal.
Wanneer een zeer belangrijk of koninklijk persoon ergens binnen komt, gaat iedereen staan. Wanneer Immanuel verschijnt op de wolken van de hemel zal iedereen… knielen (Filippenzen 2:10)!
Dat zal toch niet de eerste keer zijn dat u voor Hem knielt…? Knielen voor Immanuel doe je toch elke dag!? ‘Komt, laten wij aanbidden die Koning!’
U vraagt: wanneer komt Hij dan? Dat is voor ons verborgen. Waarom?Opdat u, jij en ik er iedere dag klaar voor zullen zijn.
Jezus Christus zegt: Ik kom spoedig!
Ja, kom, Heere Jezus (Openbaring 22:20)!
P. Mostert

Eerste liefde (Overdenking kerkblad november 2017)

Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten. (Openbaring 2 vers 4)

Efeze was een belangrijke havenstad in Klein-Azië. Het bruiste aan alle kanten en de economie draaide op volle toeren. Daarnaast was Efeze ook heel religieus. In het centrum stond een enorme tempel voor Artemis, (Diana) de godin van de jacht en van de vruchtbaarheid. Ook deed men veel aan toverij en occultisme. (Hd.19) Wat bijzonder dat er in die zondige stad een gemeente was ontstaan door de verkondiging van Paulus. Een stevige gemeente, want de brief die Paulus aan de gemeente van Efeze schreef, is een brief met een diepe inhoud. Maar de gemeente begreep die geestelijke waarheden.

Wanneer Johannes echter op Patmos zit, ontvangt hij een brief uit de hemel die ook voor de gemeente van Efeze bestemd is. Jezus begint ermee Zijn grote waardering voor de gemeente uit te spreken. Hij weet wat er in de gemeente speelt, Hij kent hun inzet. Het is een actieve gemeente met doorzettingsvermogen die het volgehouden heeft in moeilijke omstandigheden. Ze waakte voortdurend om de verkeerde invloeden van de stad buiten de deur te houden. Ook waren er verkeerde invloeden van binnenuit. Mannen die verkeerde dingen zeiden. Leugenaars worden ze genoemd. (Op.2:2 en 3) Jezus prijst de gemeente daarvoor.

Maar in hun ijver om de gemeente zuiver te houden, hebben ze het belangrijkste uit het oog verloren. Want kijk maar Jezus zegt in vers 4: “Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.” Wie had dat verwacht?! Na al dat positieve wordt nu ook de andere kant van de medaille getoond. Jezus maakt de gemeente het verwijt dat ze haar eerste liefde verlaten heeft. In onze taal zouden we spreken over verliefdheid. De liefde die er in het begin was voor Jezus. Terwijl de gemeente volop gericht was op de zuiverheid en om al het verkeerde buiten de deur te houden, raakten ze het zicht op Jezus kwijt. De gemeenschap met Hem werd verwaarloosd. In plaats van met elkaar in gebed te gaan, ging men vergaderen over de belangen van de gemeente. Natuurlijk werd er in de gemeente het Woord van God verkondigd. Tijdens de verkondiging stond Jezus Christus centraal. Wie niet Christocentrisch preekte, werd niet meer teruggevraagd. Ook in de liederen ging het om de eer van Jezus. Maar toch moet Jezus tegen de gemeente zeggen dat ze haar eerste liefde verlaten heeft. De gemeente zag dat zelf niet. Johannes moest ervoor naar Patmos. Daar kwam hij tot rust en in de stilte kon de Here Jezus hem laten zien hoe Hijzelf de gemeente van Efeze zag.

Daarom is die stilte ook in ons leven zo belangrijk. Als we druk zijn, (en hoe vaak zijn we dat niet) zien we de dingen niet helder meer. Zonder stilte weten we alles wel in theorie, maar de echte werkelijkheid zien we over het hoofd. Alleen Jezus kan ons laten zien hoe de werkelijkheid van onze gemeente en van ons persoonlijk leven is. In vers 5 spreekt Hij over het enorme niveauverschil van vroeger en nu. Hij roept op tot bekering en volkomen overgave aan Hem. Keer terug tot die eerste werken. Dat zijn werken die God Zelf doet door ons heen. Die terugkeer gaat niet vanzelf. Het gaat om luisteren. Om de stem van de Geest op te merken, moet het echter wel stil zijn in ons leven. Daarnaast gaat het ook om strijden, zegt Jezus. Maar wie overwint, zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat. Daarmee zijn we weer terug bij die eerste liefde, want die Boom des levens is de Here Jezus. Wanneer we dagelijks van Hem eten, zal ons dat steeds weer een stukje van het paradijs brengen.

Ad Vastenhoud

(afbeeldingen: Hart door Overtheborderline – Own work, CC BY-SA 3.0
Ijsberg door Pearson Scott Foresman, Public Domain,)

Ik heb het nog (overdenking Ons Kerkblad september 2017

Ik heb… het geloof behouden. (2 Timotheus 4 vers 7)
Bovenstaande woorden zijn van iemand die, laat ik het maar een beetje cru zeggen, zeer binnenkort dood gaat.
Nu kan het zijn dat u schrikt van dit begin van de meditatie. Maar dan zeg ik tegen u: het is overdreven om van dit begin te schrikken. Je hoort toch om je heen de hele week dat mensen dood gaan? En hoe vaak horen we het niet dat er wordt gezegd dat de dood heel gewoon is? Ja, ja, de dood is gewoon, maar hij moet niet te gauw komen.
Dood… Een hard woord. Een ontzettende werkelijkheid.
Dood… Na een vreselijk ongeluk, na een langdurige ziekte, na suicide, na euthanasie.

Nu is het wel zo dat de persoon, zijn naam is Paulus, van wie wij een paar woorden lezen, niet zegt: ik ga dood. Hij zegt: ik ga heen. Het tijdstip van mijn heengaan is aanstaande (vers 6).
Ik ga heen. Ik ga sterven. Ik zal overlijden. Ik ga heen en ik weet waar ik naar toe ga! Want… ik heb… het geloof behouden.

Behouden? U zegt: ik heb al veel verloren… Mensen en dingen. Mijn zoon, mijn beste vriendin, mijn hondje, mijn gezondheid, mijn… vult u zelf maar in. Hoe ouder je wordt, hoe meer je verliest. Al zijn er ook jonge mensen, die soms al heel veel verloren hebben.

Ik heb… het geloof behouden. U of jij denkt: ik weet het niet, hoor! Ik ben bang dat ik het een keertje kwijt raak. In mijn familie geloven de meesten ook niet of niet meer. Hoe komt dat…? Nou, daar praten we eigenlijk nooit over. We laten elkaar met respect met rust. Met respect en een beetje onbegrip.
Zou jouw of uw leven heel erg veranderen als jij of u volgende week het geloof kwijt zou zijn? Daar moet je even over nadenken…!? Dat is nogal bedenkelijk. Als u het aan mij vraagt dan zeg ik: ik moet er niet aan denken… zonder de Heere Jezus verder leven…!

Vandaag zegt iemand: ik heb het geloof nog steeds…! Niemand heeft het van mij kunnen afpakken. De wetenschap niet. De televisie niet.
De dominee niet. De dokter niet. Mijn ouders niet. Mijn kinderen niet. Ik heb het geloof behouden: het is gelukt!

Geloof… Wat is het niet? Het geloof is geen “pakket waarheden”.
Allerlei waarheden kunnen in je hoofd zitten. Maar dan geloof je nog niet. Het geloof is geen narcose om de pijn van het leven te verzachten. Het geloof is ook niet een sprong in het duister. Nee! Geloven is juist een sprong vanuit de duisternis in het licht! Van de duisternis van de zonde in het licht van de genade van God.

Geloof… Wat is het wel? Door te geloven ga je de dingen een beetje zien zoals God ze ziet.
Geloven betekent: door God veranderd worden. In mijn denken, in mijn ziel. Geloof is iets heel persoonlijks. Het zit “hier van binnen”. Daarmee is ook gezegd dat geloven meer is dan aannemen dat God bestaat. Geloven heeft te maken met redding. De mensheid is de weg kwijt. De mensheid is God kwijt. Door te geloven in de Heere Jezus Christus wordt het contact met God hersteld. Echt geloof is ‘reddend geloof’. Geloven is de overgave aan de Heere Jezus Christus: ik ben van U. De Heere Jezus is dan geen vreemde meer voor mij en ik ben het niet meer voor Hem.

Geloven wil zeggen: de Heere Jezus geeft en ik ontvang. Wat komt er dan in mijn handen terecht? Verzoening, verlossing, vergeving.
Moet je eens kijken wat je allemaal misloopt als je niet gelooft!
Of denkt u: het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn? Dan zeg ik: het is allemaal zo mooi dat het wel waar moet zijn!

Ik heb… het geloof behouden. Wat kun je een mooi leven hebben met het geloof in God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Zo’n leven is het gelukkigste leven in deze wereld. Geen krampachtigheid (ik moet mijn best doen). Geen oppervlakkigheid (nooit eens ergens wat dieper over nadenken). Geen schijnheiligheid (want je weet dat God dwars door je heenkijkt). Maar wel vrolijkheid en zekerheid en zaligheid!

Ik heb het geloof behouden… Paulus weet het. Hij weet het zeker, dat hij het geloof heeft behouden. Zekerheid hoort bij geloof. U bent verbaasd? Voor u is geloven een onzeker gebeuren? Nou, zekerheid is eigen aan het geloof. Ik ben niet zeker van mijzelf, maar van mijn Heiland. En in Hem geloof ik!

Ik heb… het geloof behouden. Ik… Pure genade dat ik het geloof nog heb! Zegt u dat vandaag? Zeg jij het ook? Met ontroering? Met verbazing? Kijkt u met ontroering en verbazing ook naar andere mensen? Ja…? Kijkt u zo naar kinderen, naar jongeren, naar ouderen? Dan ga je vanzelf bidden: ‘Heilige Geest, geef ze geloof…’

Ik heb… het geloof behouden. Aan het einde van je leven nog iets over hebben gehouden. Dat is de troost van het Christelijk geloof. Echt waar! Ook al zeggen anderen tegen jou: ik wil van het leven genieten en beslist niet bezig zijn met het hiernamaals.
Dit is troost…! Het Christelijk geloof is geen troosteloze en moedbenemende godsdienst. Als mensen dat er wel van maken, doen ze God ontzettend tekort! Een troosteloos Evangelie kan niet bij God vandaan komen. Want God wordt in de Bijbel de ‘God van alle vertroosting’ genoemd.

Ik heb… het geloof behouden. Hebt u, heb jij het geloof ook nog?
Leef dan wat meer in de zonneschijn van uw en jouw toekomstige heerlijkheid! Verlang er wat vaker naar om de Heere Jezus te zien! Te zien, ja!
Weet u wat mogelijk is? Dat ik vandaag in Hem geloof en dat ik Hem morgen al zal zien.
Tot en met mijn laatste snik houd ik mijn geloof, maar daarna ben ik het voorgoed kwijt, dan heb ik het niet meer nodig. Want dan zal ik mijn Jezus zien!
P. Mostert

Zelfverloochening – Overdenking ons kerkblad juli 2017

Waak allen en bid, opdat u niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. (Markus 14 vers 38)

We herkennen denk ik allemaal wel die momenten in ons leven dat onze geest ons de ene kant op wil sturen, terwijl we toch de andere kant op gaan. Jezus herkent die momenten ook in het leven van Zijn discipelen en in uw en mijn leven. En omdat Hij weet dat deze situaties zich in ons leven vaak voordoen op beslissende momenten, waarschuwt Hij ons daarvoor. Wat Hij daarmee zeggen wil is dat het op bepaalde momenten heel belangrijk is dat onze geest de heerschappij overneemt van ons vlees. Momenten waarop onze geest heel goed weet wat de Heere God van ons verlangt, maar dat tegelijkertijd ons vlees schreeuwt om zijn eigen bevrediging. Momenten waarop wij moeten waken en bidden, ook al zijn we nog zo moe. Want rust nemen op zo’n moment kan rampzalige gevolgen (voor ons) hebben. Daarom is het zo belangrijk om de Heere God te gehoorzamen als Hij ons opdraagt om waakzaam te zijn en ons gebedsleven in stand te houden.

Toen de Heere Jezus in Gethsemané was, wist Hij dat Zijn lijdensweg spoedig tot een climax zou komen. Hij wist dat de satan alles in het werk zou gaan stellen om Hem aan het wankelen te brengen en te verslaan. Daarom was dit moment van cruciaal belang voor Zijn discipelen om Hem te steunen met hun gebeden. Hij had hen verteld dat Zijn ziel zeer bedroefd was tot de dood toe. (vers 34) En ik denk dat ze die angst ook van Zijn gezicht konden aflezen en dat ze het gehoord hebben aan Zijn stem. (vers 33) Ook denk ik dat ze de mogelijkheden hadden om in gebed te gaan om Hem tot steun te zijn. Maar zo gaat het niet. Op het moment dat de Heere Jezus weer bij hen komt, vindt Hij hen slapend. Hij uit Zijn verbazing door hen te vragen of ze niet in staan zijn om één uur te waken. (vers 37) Maar het heeft weinig effect, want als de Heere Jezus opnieuw bij hen terugkomt van het bidden, vindt Hij hen opnieuw slapend. En daarna gebeurt er nog een keer precies hetzelfde. Ze zijn tot drie keer in slaap gevallen, terwijl het belangrijkste moment in de geschiedenis was aangebroken.

De Heere Jezus vraagt u en mij om ons bij Hem te voegen in wat Hij doet. Hij wil ons betrekken bij datgene waar Hij mee bezig is. Daarbij kan Hij u vragen om met Hem te waken en te bidden, terwijl u heel andere plannen had. Misschien moet u daarvoor eerder uw bed uit (en er dus ook eerder in) of mogelijk moet u bepaalde dingen uit uw eigen agenda schrappen. Het kan ook zijn dat u bepaalde zekerheden moet loslaten om te zijn op de plaats waar de Heere Jezus is. Lastig? Best wel, want zelfverloochening ligt ons niet zo. Maar de Heilige Geest wil u de kracht geven om uw lichamelijke verlangens onder Zijn heerschappij te brengen. Langs die weg zal er niets meer zijn wat u kan hinderen om te doen wat de Heere Jezus van u vraagt.

Ad Vastenhoud

Gods media – overdenking Ons Kerkblad juni 2017

Krijgt u ook wel eens een ‘ingeving’ als je voor een keus staat? Wat is dat? Onze intuïtie? Of kan het ook leiding zijn van de Geest? ’t Is maar waar je het brengt! Lucas, beschrijft in Handelingen 8 en 10 zulke ‘ingevingen’.

1. Naar een stille weg
Eerst vertelt Lucas hoe Filippis uit Samaria naar een eenzamen weg moet en daar een Ethiopische wagen ziet rijden. Toen zei de Geest: Ga heen en voeg u bij deze wagen (8:29). Of het een hoorbare stem was, staat er niet bij, maar de boodschap was duidelijk: Zoek contact met die man daar! De Geest arrangeert dus een ontmoeting! Kennen wij de Geest ook als Geest-der-ontmoeting? Als de evangelist naderbij komt hoort hij de kamerheer zowaar Jesaja 53 lezen. O, dáárom moest hij zich bij die wagen voegen! Want je kunt je geremd voelen bij een vreemde, zwarte man; of opzien tegen een hoge Piet! En mag ik wel storen? Zich voegen, kollao in het Grieks, komt ook voor in hoofdstuk 5: daar durven buitenstaanders zich niet bij de christenen te voegen. Maar de Geest doorbreekt ook grenzen, die niet door mensen zijn gemaakt! De evangelist vraagt na de kennismaking: Verstaat gij ook wat er staat? Die ingeving bracht bij het Woord en het Lam Gods. Na de doop was de ontmoeting weer voorbij, maar de blijdschap bleef.

2. Naar een heidense stad
Of lees je er zo te veel in? Doorlezen dan! In hoofdstuk 10 komt er weer zo’n ontmoeting. Eerst krijgt Petrus dat dieren-visioen en moet leren: Wat God rein verklaard heeft moet u niet onrein vinden. En als hij daarover denkt staat een delegatie van Cornelius voor de deur en wat lezen we dan weer (in vs. 19 en 20)? En de Geest zei. Wat zegt Hij nu? Zie! Twee mannen zoeken u; Sta op, reis mee, want Ik heb ze gezonden. Voor weer zo’n zoeker, weer zo’n inspraak, weer zo concreet. En hier zeker dat geremde: Ik naar de stad van Caesar? De bezetter?! Alsof het zendingsbevel en de Pinkstergeest nog niet genoeg waren. Wat hebben wij toch veel barrières om uit onze comfortzone te komen. Nee, een multiculturele samenleving is niet ideaal, maar ga toch maar mee. En waar brengt die ingeving hen dan? Ver de drempel bij de Romeinse officier; om het Woord-der-zaligheid! En zo bij de Heere Jezus Zelf. En terwijl Petrus sprak viel de Geest op allen.

3. Eerstelingen

Zijn dit nu losse bekeringsverhalen? Nee. Na Pinsteren-voor-Joden (Hand. 2) en Samaritanen (Hand. 8) is dit Pinksteren-voor-Heidenen. ‘Terwijl ik sprak viel de Geest op hen’. Ze spraken zelfs in talen; dus: Pinksterdrie. Waren het dan eenlingen? Nee, eerstelingen: Die Ethiopiër gaat terug naar Afrika, als minister nog wel; En de officier van de Italiaanse afdeling hoort bij Europa. Misschien moet hij straks het Romeinse rijk verdedigen tegen de Parthen. Hier komen dus werelddelen in beeld! Zo trekt de Geest van land tot land, als Gods gezant. Noem het maar Gods ‘telecommunicatie’. Wij vinden een ‘bevindelijke’ dominee anders dan een ‘missionaire’ maar bevinding en zending horen bij elkaar, beïnvloeden elkaar zelfs.

4. Gods inspraak
Spreekt de Geest dan nog zo?! Wij hebben nu toch de Bijbel en de canon is toch gesloten? Als ons hart maar niet gesloten is! Dan hoor je niets, nee. Maar een Schriftwoord heeft toch je hart wel eens geraakt Zo kreeg mijn vader als wanhopige werkloze de worden: Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn. Hij kreeg werk en kon trouwen. Zo kreeg ooit wijlen ds. G van Reenen: Drie mannen zoeken u. Het bleek een beroepingscommissie! Maar is dat geen griezelig piëtisme?! Dat hoeft niet. Ook Bonhoeffer, die voor Hitler naar de VS was gevlucht, werd getroffen door de dagtekst 2 Timotheüs: Kom nog voor de winter. En hij ging terug naar zijn kerk-in-nood. ZO beschrijft ook de Armeense opwekkingsprediker Doctorian, dat eens in hun vliegtuig naar Rome brand uitbrak en hij toen kreeg te geloven dat allen zouden overleven, – net als Paulus op dat schip. Gods ‘inspraak’ komt dus niet alleen voor bij bevindelijk-gereformeerden, maar ook bij Oecumenischen en Evangelischen. We zingen toch: Daar ‘k op Gods inspraak wacht (ps. 49). En Merk op mijn ziel welk antwoord God u geeft; Hij spreekt gewis tot elk die voor hem leeft (ps. 85). Misschien gebeurt het maar een keer in je leven; op een cruciaal moment. ZO verging het mij. Ik mag er geen wet van, maar ook niet van het tegendeel. Sta ervoor open. Kun je dan geen verkeerde toepassingen maken? Ja, dan is de wens de vader van de gedachte. Bijbelse regel blijft Romeinen 12: Met vernieuwd hart beproeven wat de wil van God is. Wordt het dan altijd duidelijk? Was het maar waar! Nu zien wij God door de spiegel der raadsels, maar ook dan zien we wel iets! Doe jezelf niet tekort en de Geest als communicatiedeskundige. Of hebben ‘sociale media’ onze antenne voor Gods media weggenomen? Zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. En andersom!

C. Blenk

Meditatie Kolossenzen 2: 8. Ons kerkblad, mei 2017

Pas op dat niemand u als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus.

Inhoudsloze verleiding, alsof Paulus vandaag schrijft. Onze wereld zit volgestouwd met verleidingen, voortdurend worden we verleid, overgehaald. Het opvallendst is misschien wel gewoon reclame voor producten. Op elke straathoek, elk beeldscherm en bij elk evenement lijkt er wel sprake te zijn van reclame. Altijd wel een bedrijf of organisatie die een greep in onze portemonnee of onze tijd wil doen.

Toch, gaat het hier niet in de eerste plaats over producten. Zeker, onze consumptiemaatschappij is vermoeiend en gevaarlijk genoeg, maar Paulus spreekt ook over filosofie, over denkbeelden. Welke gedachten worden er op ons afgevuurd? Wat ‘moeten’ we geloven? Interessant is dat Paulus niet eens zegt dat deze verleiding slecht is, of zondig. Nee, inhoudsloos. Het gaat nergens over, het is niet waarheid, zoals Christus de Waarheid is.
Want dat is het contrast, enerzijds de verleidingen en anderzijds Christus. Dat is een scherp onderscheid. Het gaat er niet om te beoordelen of een filosofie wel of niet inhoudsvol is, maar ze worden betekenisloos in het licht van Christus. In vers 7 schrijft hij over Christus: “Blijf in hem geworteld en gegrondvest.” Christus is het fundament, het vertrekpunt. Pas in dat licht gaan we zien en kunnen we een op een goede manier het gesprek aangaan.

Overal wordt gediscussieerd, worden diepe gesprekken op hoog niveau gevoerd. Over nieuws, nep en echt, over immigratie, vrijheid van meningsuiting, levenseinde enzovoort. Steeds weer stuiten mensen op grenzen: “dit moet echt zo en kan niet anders! Zo ondermijnen we onze maatschappij! Zo vergaat Nederland! Zo verliezen we onze waarden!” Belangrijke discussies, waarin ook wij als christenen een stem hebben en vanuit een evangelie een perspectief hebben in te brengen. Een inbreng volgens Christus en niet volgens menselijke tradities of de wereld.

Toch zijn we er dan nog niet, Paulus nodigt niet uit om de discussie op een goede manier aan te gaan, maar hij waarschuwt voor de discussies. We moeten ons er niet door laten buit nemen. Er gaat een verleiding vanuit, ze willen ons meeslepen. We kunnen zo opgaan in de grote vragen van onze tijd en onze maatschappij dat we Christus uit het oog verliezen. Het leidt af van het eigenlijke fundament van ons leven.

Dan moeten we de vinger ook niet alleen maar naar buiten wijzen alsof de buitenwereld een monopolie heeft op inhoudsloze verleidingen. In de volgende verzen staat Paulus juist uitgebreid stil bij de verleidingen die binnen de gemeente leven: “Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten.” (vs 16). Waar gaat het in onze gemeente om overlevering van mensen in plaats van Christus? Wanneer spreken wij eindeloos over inhoudsloze verleidingen, die niet volgens Christus zijn?

Moeten we al onze tradities overboord gooien? Nee, wij laten ons bevestigen “in het geloof, zoals u onderwezen bent.” (vs 7) Maar laten we de waarschuwing van Paulus ter harte nemen, inhoudsloze verleiding is geen onschuldig vermaak, maar het leidt af van ons fundament, van Christus. Echt belangrijk is wat is tot Zijn eer. Daarom afsluitend vers 6 “Zoals u dan Christus Jezus, de Heere, hebt aangenomen, wandel in Hem.
Hartelijke groeten,
Joren Menkveld (Vicaris)

(Afbeelding deel van foto gemaakt door Xingenious, licentie CC-BY-SA 3.0)

Overdenking Pasen 2017

Maar de engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was. (Mattheus 28 vers 5)

Jezus zei tegen haar: Maria!
(Johannes 20 vers 16a)

De Here Jezus is opgestaan uit de dood. De steen voor het graf was weggerold door de engel die uit de hemel was neergedaald en die er daarna bovenop was gaan zitten. Zijn gedaante was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw. In Mattheus 28 vers 4 staat dat de bewakers bij het zien van dat tafereel beefden van angst en werden als doden. Blijkbaar was de opstanding van de Here Jezus voor hen die geen volgelingen van de Hem waren helemaal geen reden om blij te zijn, maar juist om bang en bevreesd te worden.
Vervolgens komen er een paar vrouwen bij het graf. Zij zien als trouwe volgelingen van de Here Jezus hetzelfde als die bewakers. Ook zij zien die engel zitten op die weggerolde steen. Maar tegen hen zegt de engel dat ze niet bevreesd hoeven te zijn. Want hij weet immers dat ze de Here Jezus zoeken, Die gekruisigd was. Blijkbaar hoeft degene die op zoek is naar de Here Jezus en Hem wil volgen niet bang te zijn. Waarom niet? Wel, omdat de Here Jezus leeft. Hij is gekruisigd en begraven. Maar Hij is ook weer opgestaan uit de dood. Alle schuld is daarmee betaald en de dood is overwonnen. Zij hebben niets meer te zeggen over de volgelingen van de Here Jezus en kunnen hen geen kwaad meer doen.
Toch blijkt dat er genoeg mensen zijn, ook nu nog, die als trouwe volgelingen van de Here Jezus geen vrede en blijdschap in hun hart hebben. Kijk maar naar Maria Magdalena. Vanuit Johannes 20 weten we dat zij het open graf heeft gezien. Maar voor haar betekende dit dat het lichaam van de Here Jezus weggenomen en gestolen was. Haar hart is vol verdriet en daardoor is ze het juiste zicht op de Here Jezus helemaal kwijt. Ja, ze is de Here Jezus Zelf kwijt. Wat zal zij zich eenzaam en ellendig gevoeld hebben.
Maar dan zien we dat de Here Jezus als de Opgestane haar opzoekt. Hij laat haar niet alleen in haar verdriet en gaat haar troosten. Hij noemt haar naam en zegt: Maria! En bij het horen van haar naam door de Here Jezus uitgesproken, breekt bij haar het licht door. Haar verdriet verandert in blijdschap en ze komt tot aanbidding van de Here Jezus: Rabboeni! (Meester)
Zo is de Here Jezus ook nu nog op zoek naar mensen die naar Hem verlangen. Hij zoekt hen op om Zich aan hen bekend te maken en ze te troosten in hun verdriet en angst, in hun pijn en eenzaamheid. Hij spreekt ze aan en zegt: ‘Heb goede moed en wees niet bevreesd. Want Ik heb al uw schuld betaald en u verlost van de ondergang. Mijn naam is Jezus. Je mag delen in Mijn overwinning en in Mijn kracht mag je leven tot in eeuwigheid.’

Ad Vastenhoud

(Painting by Andrea Mantegna – www.mini-site.louvre.fr, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=6870633)

Waarom Christen? En waar?

99Waarom Christen? En waar?
Handelingen 11:26
Waarom zijn we voor een Christelijke school? En waarom ook nog voor een Christelijke partij? Elders bestaat dat niet! ls ‘Christelijk’ wel een bijbels woord? Dat niet. Maar Christen wèl en dat is beslissend. Wat is een christelijke school zonder christenen voor de klas? Wie mag zo heten?

1. De eerste christenen
Hoe en waar is dat begonnen? Buiten Israël in Antiochië; nu: Turks Antakia. Toen was dat de derde stad van het Romeinse Rijk, met mooie boulevards en zelfs met straatverlichting. Daarheen waren vervolgde discipelen gevlucht. Daar woonden al Joden en die hoorden zo het grote nieuws. Maar mensen ult uit de diaspora, uit Cyprus en Cyrene, gingen nog een stapje verder en vertelden het nieuws ook aan hun Griekse buren. Zij ’evangeliseerden’, staat er in vers 20, de Heere Jezus; of: Jezus is Kuríos. Toen een strijdkreet. Want een Messias kende men niet, maar een kurìos wel: dat was een… slavenhouder; maar déze unieke Heer koopt slaven vrij! En dat sloeg in! Vers 21 vervolgt: De hand des Heeren was met hen een groot getal geloofde en bekeerde zich tot de Heere. Mooi! Maar hoe kom je nu zover? Eerst voel je de liefde van de spreker, maar geloven is uit het gehoor. En dat door het woord in eigentijdse taal: Ja, zo’n Heer heb ik nodig, die mij eerst van mijn verslaving afhelpt en dan van mijn schuld. Maar zonder Zijn hand gaat dat niet! Het is Gods werk. Zonder bekering is geloof te ‘licht’, en zonder geloof is bekering te ‘zwaar’.

2. Tussen twee polen
Het gerucht kwam de apostelen in Jeruzalem ter ore. Wat nu? Gaat dat zó maar, zonder apostel? Daarom zonden ze een ’visitator‘, een man met een antenne voor Gods werk, Barnabas. En toen hij in Antiochië kwam zag hij de genade Gods en werd blij (vs. 23). En de goede man begon toen ook te preken; hij vermaande hen naar het voornemen van hun hart bij de Heere te blijven. Er komt zo gauw iets tussen; blijf bij uw Bevrijderl Toen haalde Barnabas Saulus op en zij werkten samen in de gemeente. Wat een zegen, zo’n tweetall Ze leerden ook een brede schare. Ook dat is een zegen: een schare rond een gemeente! De kern zoekt die rand op!
En dan komt vers 26: en het geschiedde… dat de discipelen hier voor het eerst Christenen werden genoemd. Door wie? Door de buitenwacht. Wat zijn dat voor lui? Christianen! Geen joden of heidenen meer. Ze passen niet in de bestaande patronen. Ze gingen het ’derde geslacht‘ heten.

3. Als derde geslacht
Een christen staat dus boven de partijen. Maar een christen-ondernemer zei: ik sta er niet boven, maar ertussen. Welke partijen dan? in Paulus’ tijd: ’Joden en Grieken’. In die volgorde: eerst de Jood en ook de Griek. Ook twee fronten: voor joden een ergernis, voor Grieken een dwaasheíd. Maar wèl twee doelgroepen: ik ben de joden een jood, de Grieken een Griek. Die-van-de-wet vielen vaak tegen, die van de wereld vaak mee. En bij ons? in het Westen begon democratie begon met twee partijen: conservatief tegen progressief. In Amerika is dat nog zo. Wat moet een christen daar kiezen: Democraat of Republikein? Een vals dilemma! Bij ons staat een christelijke partij ertussen en moet die samenwerken. Maar met wie dan? Soms heb je een raakvlak met socialisten, soms met liberalen. Ben je dan een kameleon? Nee, ik hoor bij het ‘derde geslacht’! Vandáár! ’Waarom wordt u een christen genoemd?’ vraagt zondag 12 van de Heidelberger. ‘Omdat ik gezalfd ben met de Geest van Christus’. Net als de Meester draag ik drie ambten. Wat een hoge gooi is dat!

4. Back to basics
En ais wij falen? Dan de strijd maar staken? Nee! Dan terug naar de bron. Bid maar: ‘Heere Jezus, U bent onze hoogste profeet: wijs mij de weg; U bent de enige hogepriester: verzoen mijn schuld en bid voor mij; en U bent eeuwige Koning; neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer’. Laat je ‘s zondags bedienen, om ’s maandags te kunnen dienen. 

C. Blenk

X

Wachtwoord vergeten?

Meld je aan

Herstel wachtwoord

Geef je e-mail adres. Een nieuw wachtwoord wordt verzonden.